De officieren

Officieren

Achter het vaandel marcheren de officieren als nazaten van de aloude schutters of broedermeesters. Zij bekleden in tegenstelling tot hun voorvaderen weliswaar niet meer automatisch een functie in het bestuur van de schutterij, maar zijn min of meer de meest aanzienlijke van het gezelschap. Hun rang kregen zij waarschijnlijk als dank voor jarenlange inzet voor de vereniging.
Dus mogen zij zich tooien met een fraaie pluim op de hoed, epauletten op de schouders, sjerpen om de heup en gouden biezen langzij de broek. Aan hun riem een sabel. Tot het officierenkorps behoren luitenanten, majoors, kolonels en generaals. De sergeant-majoor loopt als tamboer-maître voor de drumband, de vaandrig gaat in het midden. Naast de colonne loopt de commandant in de rang van kapitein. (bron: Limburgs schutterstijdschrift, Juni 1998)


De volgende leden bekleden op dit moment een officiersrang:

Harrie de Bruijn, Wil Dreissen, Wil Schütte, Wil Mohren.

(C) Wil Mohren 2018